Welke groente vinden kinderen lekker? De 20 makkelijkste om mee te beginnen
Zoet, mild en knapperig wint het bijna altijd van bitter en zacht. Dit zijn de twintig groentes die het snelst lukken, en hoe je ze op tafel zet.
Kinderen vinden zoete, milde en knapperige groente het lekkerst, en bittere en zachte groente het minst. Dat is bijna de hele lijst. Wortel, komkommer, cherrytomaat, mais en doperwten lukken daarom bij de meeste kinderen eerder dan spruitjes of andijvie, en dat heeft niets met karakter te maken. Hoe je een nieuwe groente introduceert staat in het overzicht over alles leren eten; hier staat welke groente je daarvoor kiest, en hoe je hem op tafel zet. De komkommer wint het van de spruit en dat is al dertig jaar zo.
Waarom juist deze groentes
Kinderen proeven bitter sterker dan volwassenen. Dat is geen aanstellerij maar een verschil dat met de leeftijd afneemt, en het verklaart waarom spruitjes, witlof en boerenkool zo vaak sneuvelen terwijl wortel en mais gewoon opgaan. Daarnaast is de structuur belangrijk: knapperig voelt veilig en voorspelbaar, waterig en slap voelt onaangenaam in de mond.
Daar komt bekendheid bij. Een kind gaat iets lekkerder vinden naarmate het het vaker geproefd heeft, en bij tweejarigen is dat verband direct gemeten (Birch, 1982). De groentes hieronder zijn dus niet alleen de makkelijkste om te lusten, maar ook de makkelijkste om vaak aan te bieden zonder dat het een gevecht wordt.
De zeven om mee te beginnen
- Wortel. Rauw in reepjes of schijfjes, het liefst met een dipje. Gekookt is hij zachter en flauwer, dus begin rauw.
- Komkommer. Neutraal van smaak, knapperig, koel. De veiligste eerste groente die er is.
- Cherrytomaat. Zoet en klein. Halveer hem voor kinderen onder de 4 in verband met verslikken.
- Mais. Zoet en los te pakken. Van de kolf eet vaak beter dan uit een schaaltje.
- Doperwten. Zoet, klein en rond. Uit de diepvries, kort gekookt, blijven ze het stevigst.
- Paprika, rood of geel. Duidelijk zoeter dan de groene. Rauwe reepjes werken beter dan gebakken.
- Zoete aardappel. In de oven tot de randjes karamelliseren. Het meest op friet lijkende dat een groente kan worden.
Zeven die daarna makkelijk volgen
- Bloemkool. Rauwe roosjes met een dipje eten vaak beter dan gekookte. Geroosterd wordt hij zoet.
- Broccoli. Dezelfde aanpak. Veel kinderen eten de "boompjes" liever dan de steel.
- Sperziebonen. Kort gekookt zodat ze knappen, niet doorgekookt tot ze slap zijn.
- Courgette. In plakjes uit de pan of uit de oven. Gekookte courgette is voor de meesten te waterig.
- Pompoen. Geroosterd zoet en zacht, en de kleur helpt mee.
- Champignon. Gebakken met een beetje zout. De structuur is wennen, de smaak is mild.
- Prei. Gestoofd wordt hij zoet. Rauw is hij voor kinderen te scherp.
Zes die meer tijd nodig hebben
- Spruitjes. Bitter, maar gehalveerd en geroosterd met honing of appel een ander product dan gekookt.
- Witlof. Rauw het bitterst. Gegratineerd of met iets zoets erbij is de eerste stap.
- Andijvie. Gestoofd is de structuur slap, wat voor veel kinderen zwaarder weegt dan de smaak.
- Boerenkool. Bitter en stevig. Als chips uit de oven doet hij het bij kinderen beter dan door de stamppot.
- Spinazie. Rauw in een salade of door een smoothie lukt eerder dan gekookt.
- Aubergine. Zacht en spons-achtig. Werkt het best in dunne plakjes uit de oven.
Deze zes hoeven niet weg van tafel. Ze mogen gewoon meegaan in de rij, alleen niet als eerste. Reken erop dat ze aan de beurt komen als proeven zelf normaal is geworden, en dat gaat vanzelf sneller dan de eerste.
Dezelfde groente, andere vorm
Voordat je naar een andere groente overstapt, probeer dezelfde in een andere vorm. Voor een kind zijn rauwe wortel en gekookte wortel twee verschillende dingen: de een is knapperig en zoet, de ander zacht en flauw. Hetzelfde geldt voor blokjes tegenover reepjes, geroosterd tegenover gekookt, en met dip tegenover zonder.
Die volgorde scheelt veel tijd. Een kind dat gekookte bloemkool weigert en rauwe roosjes wel eet, heeft geen nieuwe groente nodig maar een andere snijplank. Hoe vaak je iets aan moet bieden voordat het gaat lukken, staat in het artikel over hoe vaak proeven.
Diepvries en blik tellen gewoon mee
Diepvriesgroente is voor dit doel vaak beter dan verse. Doperwten, mais, sperziebonen en spinazie uit de diepvries zijn kort na de oogst ingevroren, ze liggen altijd klaar en je kunt er een handjevol van pakken zonder dat de rest bederft. Precies wat je nodig hebt als je weken achter elkaar elke dag één klein stukje aanbiedt.
Blik en pot werken ook, let bij groente in pot alleen even op toegevoegd zout of suiker. Wat in geen enkel onderzoek terugkomt, is dat verse groente beter zou werken om iets te leren lusten. Het gaat om hoe vaak je kind het proeft, niet om waar het vandaan komt.
Hoe je ze op tafel zet
Leg één stukje op een apart schoteltje naast het bord, niet een schep op het bord zelf. Zo raakt de nieuwe groente niets anders aan, blijft de hoeveelheid overzichtelijk en is er geen bord dat "leeg moet".
Zet er een dipje bij en zeg er niets over. Yoghurt met kruiden, hummus, een milde saus: het maakt het stukje minder spannend en geeft handen iets te doen. En kies één groente om weken achter elkaar aan te bieden. Nieuw eten wordt eng rond het tweede jaar en blijft dat tot een jaar of zes (Dovey, 2008), dus herhaling van hetzelfde werkt beter dan elke avond iets anders.
Wat je niet hoeft te doen
Je hoeft geen twintig groentes tegelijk in huis te halen. Twee of drie uit de eerste rij, weken achter elkaar, doen meer dan een volle groentelade waarvan het meeste weggegooid wordt. Je hoeft ook niets te verstoppen om vooruit te komen, al mag het gerust naast het zichtbare stukje staan. En je hoeft niets te zeggen over hoe gezond iets is, want dat maakt een product bij kinderen aantoonbaar niet aantrekkelijker.
Eet je peuter helemaal geen groente, ook niet uit de eerste rij, dan gaat het artikel over peuter eet geen groente daar dieper op in.
Project Food telt mee welke planten er geproefd zijn. Na het eten tik je per persoon aan wat er langs is gekomen, en elke proefbeurt telt voor de kaart van die plant: zilver bij 5 keer, goud bij 10. Zo zie je welke groente al bijna binnen is en welke nog aan het begin staat, zonder er een lijst voor bij te houden.
Veelgestelde vragen
Welke groente vinden kinderen het lekkerst?
Wortel, komkommer, cherrytomaat, mais, doperwten, paprika en zoete aardappel staan bij de meeste kinderen bovenaan. Ze hebben alle zeven iets gemeen: ze zijn zoet of neutraal van smaak, niet bitter, en ze zijn knapperig of zacht zonder waterig te zijn. Begin daar, dan wordt de volgende groente makkelijker.
Welke groente kan ik beter nog even bewaren?
Bittere en zachte groentes: spruitjes, witlof, andijvie, boerenkool, spinazie en aubergine. Kinderen proeven bitter sterker dan volwassenen, en gekookte bladgroente heeft een structuur die veel kinderen lastig vinden. Ze komen vanzelf aan de beurt als proeven eenmaal normaal is geworden.
Is rauwe groente makkelijker dan gekookte?
Meestal wel. Rauw is knapperig en smaakt zoeter, gekookt is zachter en flauwer. Voor een kind zijn rauwe en gekookte wortel twee verschillende producten. Weigert je kind iets in gekookte vorm, probeer dan eerst dezelfde groente rauw of geroosterd voordat je een andere groente kiest.
Helpt een dipsaus om groente te laten eten?
Ja, en het is geen valsspelen. Een dipje van yoghurt, hummus of een milde saus maakt een nieuw stukje minder spannend en geeft je kind iets te doen met zijn handen. Zet het dipje er gewoon bij zonder er iets over te zeggen, en houd het stukje groente klein.
Hoeveel verschillende groentes moet ik tegelijk aanbieden?
Eén tegelijk, weken achter elkaar. Elke dag iets anders voelt als moeite doen, maar zet de teller steeds terug op nul. Kies één groente, leg er elke dag een klein stukje van naast het bord, en ga pas door naar de volgende als deze een paar keer geproefd is.
Bronnen & referenties
- Dovey TM, Staples PA, Gibson EL, Halford JCG (2008). Food neophobia and 'picky/fussy' eating in children: a review. 10.1016/j.appet.2007.09.009
- Birch LL, Marlin DW (1982). I don't like it; I never tried it: effects of exposure on two-year-old children's food preferences. 10.1016/S0195-6663(82)80053-6