Moeilijke eter: wat het is, wat het niet is en hoe je het bord breder maakt
Moeilijke eter is een woord van ouders, geen diagnose. Wat normaal is, waar de grens ligt en hoe je stap voor stap meer op het bord krijgt.
Een moeilijke eter is meestal een kind dat precies doet wat bij zijn leeftijd hoort. Tussen de 2 en 6 jaar eten kinderen minder soorten dan daarvoor, wijzen ze nieuw eten af en houden ze vast aan wat ze kennen. Dat is geen karakterfout en geen opvoedfout. Hoe je daar thuis mee omgaat staat in het overzicht over alles leren eten; deze pagina gaat over het woord zelf, over waar de grens ligt en over hoe je het bord breder maakt zonder strijd. Je kind is geen moeilijke eter, je kind is twee.
Wat een moeilijke eter is
"Moeilijke eter" is een woord van ouders, niet van artsen. Er staat geen definitie achter en geen behandeling. Het beschrijft een kind dat weinig verschillende dingen eet, nieuw eten afwijst en het liefst elke dag hetzelfde op het bord ziet.
De meeste kinderen die zo genoemd worden eten twintig tot dertig verschillende producten en groeien gewoon door. Dat voelt smal als je het vergelijkt met wat je zelf eet, en het is ruim genoeg om van te leven. Het woord zegt daarom meer over de zorgen van de ouder dan over het kind, en dat is geen verwijt: die zorgen zijn logisch als er elke avond bijna niets van het bord af gaat.
Er bestaat geen test voor
Online staan lijstjes die "de moeilijke eter test" heten. Er is geen officiële test, geen score en geen grens waar een kind overheen gaat. Wat wel bestaat is een handvol praktische vragen die je zelf kunt beantwoorden.
Tel een week lang op wat je kind echt eet, alles mee: boterham, appel, yoghurt, pasta, kaas, komkommer. Kijk dan naar drie dingen. Hoeveel verschillende producten staan er op de lijst. Groeit je kind normaal en heeft het energie. En ontbreken er hele groepen, dus geen enkele groente, geen enkel fruit. Bij twintig producten of meer, een normale groei en geen compleet ontbrekende groep zit je in de gewone fase.
Waarom je kind maar een paar dingen eet
Er spelen drie dingen tegelijk en alle drie horen bij de leeftijd. Nieuw eten wordt rond het tweede jaar eng, wat voedselneofobie heet, het is het sterkst tussen 2 en 6 jaar en het gaat bij de meeste kinderen vanzelf over (Dovey, 2008). Tegelijk ontdekt een peuter dat nee zeggen werkt, en het bord is een van de weinige plekken waar dat nee meteen effect heeft. En veel groente is licht bitter, wat kinderen sterker proeven dan volwassenen.
Geen van de drie heeft te maken met hoe jij het aanpakt. Ze zijn er ook bij kinderen van ouders die alles precies volgens het boekje doen. Wat jij wel in de hand hebt, is of eten een gevecht wordt of niet.
Het bord breder maken, één product tegelijk
Kies één product en blijf daarbij, weken achter elkaar. Variatie voelt als vooruitgang maar begint het tellen steeds opnieuw. Leg elke dag een klein stukje op een apart schoteltje naast het bord, naast iets wat je kind al eet. Zeg er één keer iets over en daarna niets meer.
Reken op 8 tot 15 keer voordat een nieuw product lekker wordt, soms vaker. In een thuisonderzoek onder ouders van kinderen van 2 tot 6 jaar was twee weken lang elke dag één klein hapje genoeg om de meeste kinderen de groente te laten lusten (Wardle, 2003). Een likje telt, een hapje dat weer uitgaat telt ook. Hoe je dat bijhoudt zonder dat het een project wordt, staat in het artikel over hoe vaak proeven.
Kies bij een smal bord een product dat lijkt op wat er al ligt. Een kind dat alleen lichte, zachte dingen eet, komt eerder uit bij witte vis of bloemkool dan bij spruitjes. De sprong hoeft niet groot te zijn om te tellen.
Wat averechts werkt
- Dwingen of onderhandelen. "Nog drie hapjes" maakt van eten een transactie, en van het nieuwe product de prijs die betaald moet worden.
- Apart koken. Een eigen bord met alleen bekende dingen haalt elke reden weg om ooit iets anders te proberen.
- Het toetje als ruilmiddel. Daarmee wordt het toetje belangrijker en de groente minder aantrekkelijk.
- Vergelijken met broers, zussen of vriendjes. Niemand leert iets lusten om een ander te verslaan.
- Elke dag iets anders proberen. Herhaling van hetzelfde product doet het werk, niet de variatie.
- Het onderwerp maken van de hele maaltijd. Hoe meer er over gepraat wordt, hoe zwaarder het bord gaat wegen.
Als je kind alleen pasta en brood eet
Blijf dat geven. Een kind dat vier dingen eet, verliest er niets van door er een vijfde naast te zien liggen, en eten weghalen dat wel lukt maakt de dag alleen maar spannender. Zet het bekende neer zoals altijd en leg er elke keer iets kleins naast.
Werk daarbij in kleine stappen binnen dezelfde soort. Bij pasta: eerst dezelfde pasta in een andere vorm, dan een lepel saus ernaast, dan iets in de saus. Bij brood: ander beleg op hetzelfde brood, later ander brood. Zo blijft elke stap klein genoeg om niet als nieuw te voelen.
Wanneer het meer is dan een fase
Er is een grens, en die is duidelijker dan het woord "moeilijke eter" suggereert. Neem contact op met het consultatiebureau of de huisarts als je kind afvalt of niet groeit, als het minder dan een stuk of twintig verschillende dingen eet, als hele groepen ontbreken, als het kokhalst of in paniek raakt bij nieuw eten, of als de zorg jou als ouder boven het hoofd groeit.
Dat is een andere situatie dan deze pagina beschrijft en er is hulp voor, van de jeugdverpleegkundige tot een kinderdietist of een preverbaal logopedist. Vraag het liever een keer te vroeg dan een jaar te laat.
Groeit een kind hier overheen
Bij de meeste kinderen wel. Het afwijzen van nieuw eten piekt tussen 2 en 6 jaar en neemt daarna af (Dovey, 2008). Wat het tempo bepaalt is vooral of eten thuis een strijdtoneel wordt. Een kind dat elke avond hoort dat het te weinig eet, onthoudt vooral de spanning.
Een peuter die helemaal niets meer wil eten is trouwens iets anders dan een kind dat al jaren dezelfde vijf dingen eet; daarover gaat het artikel over peuter wil niet eten.
Project Food helpt bij het tellen. Na het eten tik je per persoon aan wat er geproefd is, en elke proefbeurt telt mee voor de kaart van die plant: zilver bij 5 keer, goud bij 10. Zo zie je zwart op wit dat er wel iets gebeurt, ook in een week die aan tafel niet zo voelde.
Veelgestelde vragen
Wat is een moeilijke eter?
Een kind dat weinig verschillende dingen eet en nieuw eten afwijst. Het is een woord van ouders, geen diagnose die een arts stelt. De meeste kinderen die zo genoemd worden eten twintig tot dertig verschillende dingen, groeien normaal en zitten in de fase tussen 2 en 6 jaar waarin nieuw eten eng is.
Bestaat er een test voor moeilijke eters?
Nee, er is geen officiële test. Wat wel bestaat is een grens. Hoeveel verschillende dingen eet je kind, groeit het normaal, en ontbreken er hele groepen zoals alle groente of al het fruit. Tel eens een week lang op wat er echt gegeten wordt. Bij minder dan een stuk of twintig producten is dat een gesprek waard met het consultatiebureau.
Groeit een kind over moeilijk eten heen?
Bij de meeste kinderen wel. Nieuw eten afwijzen is het sterkst tussen 2 en 6 jaar en neemt daarna af, zeker als er thuis geen strijd omheen zit. Het gaat sneller als je kleine hapjes blijft aanbieden zonder druk, en langzamer als eten een onderwerp wordt waar elke avond ruzie over is.
Mijn kind eet alleen pasta en brood, wat nu?
Blijf dat geven en leg er elke keer iets kleins naast. Een kind dat vier dingen eet, verliest er niets van door er een vijfde naast te zien liggen. Kies een product dat lijkt op wat het al eet qua kleur of vorm, laat het liggen zonder commentaar, en reken op acht tot vijftien keer voordat er iets mee gebeurt.
Hoe ga ik om met een moeilijke eter aan tafel?
Jij bepaalt wat er op tafel komt en wanneer, je kind bepaalt of en hoeveel het eet. Die verdeling haalt de meeste strijd weg. Zet een klein stukje van het nieuwe product op een apart schoteltje, eet zelf hetzelfde, zeg er niets over en ruim het zonder opmerking weer af.
Wanneer moet ik met een moeilijke eter naar de huisarts?
Als je kind afvalt of niet groeit, minder dan een stuk of twintig verschillende dingen eet, hele groepen weigert zoals alle groente en al het fruit, kokhalst of in paniek raakt bij nieuw eten, of als de zorg jou boven het hoofd groeit. Bel dan het consultatiebureau of de huisarts.
Bronnen & referenties
- Dovey TM, Staples PA, Gibson EL, Halford JCG (2008). Food neophobia and 'picky/fussy' eating in children: a review. 10.1016/j.appet.2007.09.009
- Wardle J, Cooke LJ, Gibson EL, Sapochnik M, Sheiham A, Lawson M (2003). Increasing children's acceptance of vegetables; a randomized trial of parent-led exposure. 10.1016/S0195-6663(02)00135-6