30 planten per week met kinderen: één teller voor het hele gezin
Hoe een gezin van vier aan 30 planten komt, zonder twee keer te koken en zonder dat een kind aan een getal wordt gemeten.
Met vier mensen aan tafel heb je vier meningen over de ui en toch maar één teller nodig. Bij 30 planten per week met kinderen telt het gezin samen: elke soort één keer per week, en elk hapje van wie dan ook telt mee. Dit is de uitwerking van de richtlijn van 30 planten per week voor een huishouden waar de borden niet allemaal even leeg terugkomen.
Eén teller voor het hele huishouden
Het gezin telt per soort, niet per persoon. Eet jij de linzen en je partner ook, dan is dat 1 plant. Likt je kind er alleen aan, dan telt dat net zo, want het gezin heeft ze dan gehad. Niemand hoeft zijn eigen 30 bij elkaar te eten.
De richtlijn komt uit het American Gut Project, een groot burgeronderzoek waarin volwassenen die meer dan 30 verschillende planten per week aten een gevarieerdere darmflora hadden dan volwassenen die 10 of minder aten (McDonald, 2018). Het is een waarneming bij volwassenen en zegt niets over wat het getal voor een kind doet. Daarom gebruiken we het als richtlijn om samen naartoe te tellen en niet als maat voor één bord.
Wat een kind aan de teller toevoegt
Een kind voegt vooral breedte toe. Eén likje van de peterselie, één hapje van de mais: het zijn soorten die de teller anders niet had gehaald. Wat telt is dat de plant op tafel kwam en iemand er contact mee had, ook als het hapje weer uitging.
Wat een kind niet toevoegt, is een cijfer dat het moet halen. Het kind wordt nooit aan 30 gemeten. Zijn spel is kleiner: hoe vaak heeft het iets geproefd, op weg naar het moment dat het lekker wordt. De meeste kinderen moeten iets 8 tot 15 keer proeven voordat ze het lusten, soms vaker. Een likje telt. Hoe je dat bijhoudt zonder dat het een project wordt, staat in het artikel over hoe vaak proeven.
Twee tellers, twee spelers
Het helpt om de twee tellers uit elkaar te houden. De gezinsteller is van de volwassenen: 30 planten per week, samen, als vrolijk getal. De proeftelling is van het kind: een kaart per plant, nog twee keer proeven en de kaart gaat naar zilver.
Zo zit de druk van een getal alleen bij wie het kan dragen. Het kind speelt voor de kaart, de ouders tellen voor de lijst, en wat het kind proeft loopt vanzelf mee in beide.
Een week van maandag tot zondag
Je hoeft niets bijzonders te koken. Dit is een gewone week van een gezin van vier, met per dag de planten die er nieuw bijkwamen. Een soort telt maar één keer, dus tomaat op maandag en vrijdag staat alleen maandag in de lijst.
- Maandag, 9 planten. Havermout met appel en kaneel, brood met komkommer en tomaat, pasta met tomatensaus van ui, knoflook en basilicum (haver, appel, kaneel, tarwe, komkommer, tomaat, ui, knoflook, basilicum).
- Dinsdag, 9 erbij. Yoghurt met banaan en walnoten, hummus op de boterham, rijst met paprika, broccoli en gember (banaan, walnoot, kikkererwt, sesam, citroen, rijst, paprika, broccoli, gember).
- Woensdag, 8 erbij. Blauwe bessen door de havermout, linzensoep met wortel, selderij en peterselie, wraps met zwarte bonen, mais en avocado.
- Donderdag, 1 erbij. De pasta van maandag, aangevuld met courgette.
- Vrijdag, 1 erbij. Pizza met oregano op de tomatensaus.
- Zaterdag, 1 erbij. Pannenkoeken van boekweit.
- Zondag, 2 erbij. Ovenschotel met zoete aardappel en rozemarijn.
Tel je het na, dan kom je op 31. Het zwaartepunt ligt vroeg in de week, en dat is normaal: daarna herhalen maaltijden zich, en het gezin vult de laatste planten aan met één nieuw ding per dag. Er is niemand een tweede keer gaan koken. Of een week bij jullie op 31 of op 22 uitkomt, hangt vooral af van wat er in de koelkast lag.
De boodschappenregel: één nieuwe plant per keer
De makkelijkste manier om de teller te laten oplopen is één vraag in de winkel: welke plant hebben wij drie weken niet gehad. Pak die ene en leg hem in de kar. Het mag een paddenstoel zijn, een andere kleur paprika of een zak rode linzen.
Eén nieuwe plant per keer is niet veel, en dat is het punt. Een nieuwe plant wordt pas een gewone plant als hij vaker op tafel komt. Dan begint de proeftelling van het kind vanzelf te lopen, zonder dat iemand erover hoeft te beginnen. Welke twijfelgevallen meetellen, lees je in het artikel over wat telt als plant.
Wat averechts werkt
- De teller als score voor een kind. Een kind dat hoort dat zijn bord meetelt voor een getal, krijgt een reden om te weigeren. Houd de proeftelling klein en van het kind, en de gezinsteller van de volwassenen.
- Broers en zussen vergelijken. "Je zus heeft er vier gehad." Niemand leert iets lusten om een broer of zus te verslaan.
- Twee keer koken. Een aparte maaltijd voor het kind, zodat het gezin zijn getal haalt, haalt de nieuwe plant bij het kind weg. Eén pan, meerdere soorten, en wie wil neemt wat.
- Het getal als oordeel. Een week van 15 planten is geen mislukte week. Zeg het niet zo, ook niet in jezelf.
Als je je zorgen maakt over het eten van je kind
Een teller is bedoeld voor gewone weken. Neem contact op met het consultatiebureau of de huisarts als je kind afvalt of niet groeit, als hele groepen eten ontbreken, als het kokhalst of in paniek raakt bij nieuw eten, of als de zorg jou als ouder boven het hoofd groeit. Daar is hulp voor, en die past beter bij die situatie dan welke teller ook.
Zo doet Project Food dit
Project Food is een app op jouw telefoon voor het hele gezin. Elke plant is een kaart, en een kaart wordt gevuld door te proeven. Na het eten tik je aan wat er op tafel kwam, per persoon. De gezinsring laat zien hoeveel verschillende planten het gezin deze week heeft gehad, en de kaart van een plant gaat naar zilver bij 5 keer proeven en naar goud bij 10. De catalogus telt 224 planten (gecontroleerd 2026-09-24). De app geeft geen advies over gewicht of voeding en belooft niets voor een kind. Het is een gedeelde teller, en iets om over te praten aan tafel.
Om te onthouden
- Het gezin heeft één teller, per soort, en elke soort telt één keer per week.
- Een likje van je kind telt mee voor de gezinsteller.
- Het kind wordt nooit aan 30 gemeten. Zijn spel is de proeftelling.
- Eén nieuwe plant per boodschappenronde is genoeg.
- De teller als score, broers en zussen vergelijken en twee keer koken werken averechts.
Veelgestelde vragen
Hoeveel planten per week moet een kind eten?
Er is geen aantal voor een kind. De richtlijn van 30 planten per week komt uit onderzoek bij volwassenen en geldt hier voor het hele gezin samen. Een kind speelt het kleinere spel van proeven: een likje, een hapje, een kaart erbij. Wat het proeft, telt wel mee voor de gezinsteller.
Telt een likje van mijn kind mee voor de 30?
Ja. Een likje of een hapje dat weer uitgaat, is contact met de smaak, en het gezin heeft die plant dan gehad. Je telt per soort, dus het maakt niet uit of één van jullie vier de plant proeft of alle vier. Het gaat om wat het gezin heeft gehad, niet om de hoeveelheid.
Hoe tel je planten als je met vier mensen eet?
Het huishouden telt per soort, niet per persoon. Eet je de linzen en je partner ook, dan is dat 1 plant. Elke soort telt één keer per week, hoe vaak hij ook op tafel komt. Zo hoeft niemand zijn eigen 30 bij elkaar te eten, en groeit de lijst vanzelf.
Wat als we deze week maar 15 planten halen?
Dan was het een week met veel dezelfde maaltijden, en dat komt bij elk gezin voor. 30 is een richtlijn, geen toets. Een gezin dat deze week 15 haalt en volgende week 18, gaat de goede kant op. Kies bij de boodschappen één plant die jullie drie weken niet hadden en tel door.
Moet ik apart koken om aan 30 te komen?
Nee, en het werkt zelfs tegen je. Eén pan met meerdere soorten erin is genoeg, en iedereen neemt wat hij wil. Een aparte maaltijd voor een kind haalt de nieuwe plant bij zijn bord weg, terwijl een kind precies daar de herhaling nodig heeft om iets te leren lusten.
Wanneer vraag ik hulp over het eten van mijn kind?
Neem contact op met het consultatiebureau of de huisarts als je kind afvalt of niet groeit, hele groepen eten weigert, kokhalst of in paniek raakt bij nieuw eten, of als de zorg je boven het hoofd groeit. Een teller is bedoeld voor gewone weken en vervangt dat gesprek niet.
Bronnen & referenties
- McDonald D, Hyde E, Debelius JW, et al. (2018). American Gut: an open platform for citizen science microbiome research. 10.1128/mSystems.00031-18